Wat zien ik

Veel uitdrukkingen of gezegden gebruiken we als statement, een bewering kan je beter zeggen in Nederlands. Het gebruik van taal is dan ook wel een interessant gegeven. Dialecten geven een toon weer en een draai aan taal. Wat zien ik, is ondertussen een begrip. Voor hele generaties wordt het beeld van een film opgeroepen. De film uit negentieneenenzeventig gebruikt de Amsterdamse uitdrukking terwijl het Algemeen beschaafd Nederlands zou klinken als wat zie ik. Die toevoeging van de n past in het volkstaal gebruik.

De film speelt in de Amsterdamse rosse buurt af. De uitdrukking rosse buurt beter bekend als wallen is redelijk normaal voor een buurt waar prostitutie voorkomt. In Amsterdam heb natuurlijk het Amsterdamse dialect maar ook de Joodse taal zit daar ondertussen in. Dialecten en straattaal maar ook tal van andere nationale talen zijn ondertussen ingeburgerd.

Hoe ga je daar dan mee om of wat is wijsheid. In de straat waar ik geboren ben leefden tal van verschillende milieu’s. Ik bedoel dan de sociale ladder. Daarnaast was het een mix van dialecten omdat in de nieuwbouw die de straat was mensen uit alle windstreken hun nieuwe woonplek vonden.

Mijn ouders spraken ook wel hun dialect maar leerden mij vanaf mijn geboorte het algemeen beschaafd Nederlands. Als kind was ik klanken uit Groningen, Friesland, Drenthe maar ook de streek en buurt om ons heen gewend. Dat wil niet zeggen dat ik het begreep maar dat het vooral een truc van aanvoelen en begrijpen was. Juist het vreemde taalgebruik maakte de straat tot een Tin Pan Alley. Roepen, fluiten, praten het leidde tot een vreemde klank soort.Je kon aan het begin, of einde, van de straat een verschillende toon horen.

Naarmate ik ouder werd leerde ik de toonladder van de families kennen en begreep wat hun klank betekende. Die betekenis leverde nog niet het inzicht waarom mensen de klank uitstoten maar de betekenis ervan leidde er wel toe dat je wel of niet “gezellig” bleef spelen op die plek.
Naarmate de grens van mijn bereik vergrootte kwam ik steeds meer klanken tegen tot het niveau van wereld talen waarin de begrippen van de woorden, de grammatica en de dialecten mij deden begrijpen dat om de communicatie goed op gang te houden je enige wijsheid moest toepassen.

De kruiwagen was zo een pracht woord dat een aantal keren opdook. In de verschillende dialecten had dat éénwielige vervoermiddel zij eigen plek. Het was duidelijk dat dit door de eeuwen heen gebruiksvoorwerp een universeel begrip was. Wat je er ook mee deed of vervoerde, iedereen begreep wat dit éénwielige object met twee handvatten is. Telkens als er een nieuw begrip voorbij kwam accepteerde ik de naam van het begrip ook al kostte het mij tijd om in het begrip te groeien.

In Parijs waar ik was met een internationaal gezelschap kwamen we terecht in een nachtclub waar we ook allemaal moe then, of moesten dansen. Nu was mijn aandrang niet bepaald groot maar ik kon mij als man er ook niet aan onttrekken. Mijn danspartner was nogal klein en dat leidde er toe dat ik nogal door de knieën moest om enigszins op niveau te komen.

De manier van dansen maakte het “normaal” dansen onmogelijk waarop één van onze Nieuw-Zeelanders in lachen uitbarstte en riep dat ik een wheel barrow dans deed. Het kostte mij even voordat ik het kon plaatsen maar ik moest wel beamen dat het alles van een kruiwagen dans had.
Wat het wijsheid om zo te dansen of had ik stijf als een reus met de dwerg een stijldans te doen? Nee hoor dit paste prachtig en we hebben heerlijk genoten en gelachen.

Nog steeds ga ik met veel plezier met mensen van allerlei taalgebruik om maar kan niet anders dan algemeen beschaafd Nederlands spreken omdat het andere mij niet past. Vanuit dat inzicht geniet ik bijzonder van alle klanken, gebruiken uitdrukkingen en gezegden en denk dan vaak wat zien IKEA’s statement voor wat ik hoor.