Van slagerskunst tot reparatiewerken

De eerste keer dat ik een ziekenhuis van binnen zag herinner ik mij niet veel. Het moet in Rotterdam zijn geweest voor de oren van mijn broer. Het bezoek is mij bij gebleven door een anekdote over de verwondering die ik onderging, waardoor ik zo gebiologeerd was dat de afwezigheid van mijn begeleiders mij niet deerde. Daarna werd het begrip ziekenhuis langzaam maar zeker iets wat vorm kreeg.

In Dordrecht had je meerdere ziekenhuizen. Een refaja en een diaconessenziekenhuis maar ook het Rooms Katholiek en het gemeenteziekenhuis met een verpleeghuis aan de overkant. Allemaal voort gekomen uit de diverse zuilen van kerkelijk beheer met het openbare deel door de gemeente geïnitieerd. In de verhalen die verteld werden was het duidelijk dat de signatuur maar ook de locatie nog mee bepaalde of er geopereerd kon worden. Het Refaja lag langs het spoor in Dordrecht naast de Holland, het huidige onderwijs museum, op een traject meer zichtbaar voor mij dan de andere locatie.

Een pracht van een gebouw in de buurt van het Rozenhof als vergelijkbaar gebouw. Van binnen een geweldige hoofdtrap omhoog met marmer en gallerijen op de verdiepingen die een mooi uitzicht boden. Een herenhuis als ziekenhuis. Het was een rusthuis en geen ziekenhuis dat was het gevoel. Het Diaconessenhuis was veel meer een ziekenhuis door de sereniteit bij binnenkomst maar ook dit was een geweldige entree om binnen te komen. Dezelfde uitstraling alsof je een herenhuis binnentrad maar dan direct duidelijk een ziekenhuis. Het had de geur en kleur van een streng gedirigeerde omgeving waar patiënten in een keurslijf streng werden toegesproken en dienden te luisteren.

Het was een victoriaanse wereld waarin ik terecht kwam toen ik mijn buurjongen mocht afleveren.
Ik denk dat hij voor zijn amandelen er moest zijn maar het bezoek aan het gebouw an sich herinner ik mij goed. Ziekenhuizen waren nog core business van de kerk met nonnetjes die ondertussen als verpleegsters waren opgeleid. Dat speelde nog veel meer in het Rooms Katholieke ziekenhuis. Verpleegsters waren een kruising tussen religieus gemotiveerde goeddoeners en mensen die gewoon opgeleid waren voor het vak. Ze moesten ten slotte het "vuile" werk oplossen.

De inrichting van de ziekenhuizen was nog van de vorige eeuw. Bedden waren oud, matrassen waren niet overmatig luxe en in vergelijking met nu was het zeker van een vorige eeuw of uit te drukken als het jaar nul. Het was hartverscheurend om mijn vriendje achter te laten die huilend in zijn bed zat waarvan de hekken opgehaald werden. De hoge gangen en het pleisterwerk maar ook de geur van het ziekenhuis maakten zeker indruk. De rococoachtige hal en de lege gangen die in de herinnering altijd groter, langer en hoger zijn bleven in mijn herinnering. Het ziekenhuis zij mij niet zoveel anders dan de magische plek waar mensen genezen werden, althans dat dacht ik.

Alwetende mensen met zalfjes en poedertjes, chirurgijnen die als op het doek van Rembrandt, de anatomie les, mensen opensneden en weer dichtnaaiden. Ik had er eigenlijk een romantiserende blik op. Elke keer als er iemand naar het ziekenhuis moest werd er oordeelkundig over ziekenhuizen gediscussieerd. Nee niet het gemeenteziekenhuis maar opereren kon alleen daar, het diaconessen en het Rooms katholiek. OA leerde ik telkens wat bij. Mij broer zijn blinde darm werd verwijderden hij kwam in de ziekenverzorging aan de overzijde van het gemeentelijk ziekenhuis. De verhalen waren geweldig en eerlijk gezegd ook dit zag er uit als een herenhuis.

Een waar verzorgingstehuis waar het verblijf een luxe was in contrast met de verhalen van de overzijde. Nu zijn verhalen en de werkelijkheid van ziekenhuis toch wel een verschil. Door de verhalen van destijds zou je wel in een ziekenhuis willen liggen, verzorgt als een prins, aandacht van iedereen en niks moet. Nou dat was dan ook niet zo want je lag er toch voor een aandoening. Het aanzien van de dokter was wel wat, dat was toch wel iemand op een voetstuk maar ook dat stukje nam wel af. In mijn waarneming was een ziekenhuis iets van alles een beetje maar vooral vervelend dat je er heen moest en dan ook nog het geluk op een fijne plek terecht te komen.

Zorg er vooral voor dat je er niet komt was feitelijk de boodschap die ik hoorde. En als je dan een moeilijk geval was de ging je naar het Dijkzicht in Rotterdam, een soort Verweggistan. Ook al gebeurde er van alles om mij heen met ziekenhuizen. Van alle ziekenhuizen die ik bezocht, op bezoek voornamelijk, werd er druk gewerkt aan vernieuwing. Dat klonk imposant , de meest moderne operatiekamer, als uit een scène van Monty Phyton ( the meaning of life ). Nu bestonden die toen nog niet maar het deed mij denken aan het apparaat wat Ping zij waarvan niemand precies wist wat het deed. Door de speling van het lot werd ik naar het ziekenhuis vervoert.

Dat ging nog wel in een pracht van een Ambulance, een echte Mercedes. Vanuit de ziekenwagen zag ik mijn broer met mijn zus achterop naar Zwijndrecht rijden. Dat was nogal een beleving terwijl ik met een zwaar bezorgde moeder naast me keek hoe het er buiten uitzag en nadacht hoe dat nou moest als zij thuiskwamen. De rit naar het Rooms Katholiek ziekenhuis was toch wel iets speciaals. Natuurlijk had ik er geen flauw idee van wat er met mij was of hoe levensbedreigend. Pas later bleek het ernstig te zijn toen ik weer wakker werden een enorme tulband om mijn hoofd. Ik werd richting " moderne " operatiekamer gereden en had geen flauw idee wat er ging gebeuren.

Hoe anders gaat het tegenwoordig. Het feit dat ik levend en wel uit de operatie kwam en geen bijkomende problemen had was al mooi. De zusters bestonden uit een mix van nonnetjes en gewone verpleegsters. Intensive care kende men niet maar wel gescheiden jongens en meisjes en tegenover mij de kraamafdeling waar de baby s in couveuse lagen. Het was een bijzondere beleving die ik daar twee keer meemaakte. De tweede keer was minder spectaculair en heeft mij de ervaring bijgebracht van onderhoud of reparatie. Genezen doe je zelf en beter buiten het ziekenhuis. Het oude regime was streng in bezoek s`middags een half uur en s`avonds een uur en alleen volwassenen.

Een paar jaar later liet ik mijn blinde darm verwijderen en dat gebeurde in het Diaconessen ziekenhuis. Zo kon ik een kwaliteits vergelijk maken en kijken of de herinnering die ik opgedaan had bij mijn vriendje overeenkwam. Het gebouw met haar imponerende uitstraling was het wel maar ook duidelijk oud en aftands. De nieuwbouwplannen voor een voor dat moment ultra modern ziekenhuis waren in een zeer ver gevorderd stadium. Het nieuwe Refaja, dat nu is gesloopt, zou de state of the art zijn. Ook het Rooms Katholiek werd steeds meer opgewaardeerd maar heeft er in mijn ervaring tot ik er voor de geboorte voor mijn zoon kwam lang dienst gedaan terwijl het steeds houtje touwtje in stand werd gehouden.

Één van mijn eigen laatste ervaringen daar ( behalve natuurlijk de geboorte) was een bezoek aan de kaak chirurg. Veel benauwde gezichten in de wachtruimte die allemaal. De tandarts is voor velen al een crime maar de kaakchirurg een stapje erger. Bij mij duurde het niet het geplande kwartiertje maar na een half uur trekken en duwen was het gelukt de kies te trekken. Toen ik naar buiten kwam, ik heb er totaal geen moeite mee, waren de gezichten alleen nog maar benauwder geworden. De nieuwe generatie ziekenhuizen die ontstonden door de fusie Albert Schweitzer waren in mijn ervaring stukken beter en efficiënter. Alle zuilen tussen openbaar, katholiek, gereformeerd, hervormd of wat dan ook vielen weg.

Je kwam er voor de zorg in specifieke wachtkamers. Het nieuwe Refaja was ook al oud en werd opnieuw gebouwd. In vijftig jaar tijd leek het wel of we eeuwen verder gekomen waren. De anatomie les van Rembrandt was niet het eerste wat bij mij opkwam. De ervaring met een kind in het ziekenhuis werd heel anders dan mijn eigen opname. Er was een mogelijkheid om video s af te spelen. Ik mocht iedere ochtend mijn eigen kind wakker maken. Dat was allemaal veel beter ook al was er genoeg om over te mopperen. Zes weken lang was ik intensief bezig in en met het ziekenhuis waarbij ik als vader toch heel veel mocht en er ook van mij nog wel wat verwacht werd.

Een bijzondere ervaring. Recent mocht ik weer een rit maken met de ziekenwagen, ambulance zeggen we nu. Bij mijn huisarts vandaan en weer de brug over naar dordtwijk. Mijn eerste ervaring deelde ik met het ambulancepersoneel. In het ziekenhuis werd ik via eerste hulp naar de specialistische afdeling vervoerd, gemonitord en naar een minder spannende afdeling gebracht waar ik eerst moest genezen voor ik verder behandeld kon worden. Ik werkte daar door op mijn iPad, keek televisie en wachtte geduldig het verdere proces af. Uiteindelijk moest ik naar het Dijkzicht dat ondertussen het Erasmus heet en ook in de nieuwbouw de zoveelste gedaante ontwikkeling had ondergaan.

Ik kwam er op een éénpersoonskamer vanwege de noodzakelijke operatie. Maar wat was dat een luxe. Net een hotelkamer waarbij het zelfs mogelijk was om iemand te logeren te hebben. Fijn natuurlijk want net als mijn eerste operatie, en die duurde al meer dan drieeneenhalf uur, was dit een ingreep met minimaal die duur. Het was groot onderhoud en ook hier kwam ik weer zonder complicaties van af. Daarna mocht ik nog even terug naar Dordt. Operaties als de mijne waren vroeger een veel groter risico. Mijn eerste operatie in de "moderne" operatiekamer stond in geen vergelijk bij dit high tech gebeuren. Was mijn eerste operatie een soort slagerswerk dan was het dit keer toch echt een reparatie van het lichaam wat plaats vond.

Mijn eerste ervaring en mindset hielpen wel mee in het herstel en denken hierover. In beide gevallen was het wel even wennen om gewoon aan de slag te gaan. Gelukkig is er nu eventuele nazorg en ook revalidatiecentrum dat helpt. De ervaring vanaf de eerste kennismaking met een ziekenhuis met brede gangen heeft nu plaats gemaakt voor het imposante gangenstelsel van het medisch centrum waar ik rondgereden werd door vrijwilligers die mij door de gangen heen loodsten naar de plaats van bestemming. Als kind vond ik het groot maar als volwassene vind ik zo een ziekenhuis, een medisch centrum , ook heel groot.

Neem de juiste ingang want anders ben je lang onderweg. Een ziekenhuis is een plek van een lach en een traan. Van geboorte en dood en alles wat er tussenin zit. Ik heb mij dat altijd beseft en meegemaakt. De snelheid en efficiency is toegenomen. Één van de mooiste dingen die ik er gedaan heb is te hebben meegewerkt aan de serie die Tijl Beckant maakte over helende muziek. Dat was in het Albert Schweizer in Dordrecht voordat ik er zelf opgenomen werd. In zijn serie de tiende van Tijl werd het Ave Verum corpus van Mozart er uitgevoerd met het groot omroepkoor.

Een keten van medewerkers en vrijwilligers gecombineerd met koorleden , waar ik ook bij zat, vormden vanuit de hal een keten aaneengesloten naar een afdeling. Het had een doel om de werking en impact van de muziek te laten zien en een televisie programma op te nemen. Het was een pracht moment en een geweldige uitvoering die de kracht van muziek op de mens wel liet zien. Het Ave Verum blijft op die manier heel bijzonder en het moment was mooi met de mensen die ik ken die er ook waren.

Muziek en liefde dragen bij aan de geding, het welbevinden van de mens. In mijn eerste ervaring na mijn operatie in mijn jeugd was dat ook zo. Een uurtje muziek uit de radio was geweldig. Dat heeft in de periode van mijn kind in het ziekenhuis ook veel geholpen. Zoek het maar eens op via Google het Ave Verum in het Abert Schweizer ziekenhuis in Dordrecht dan kan jij mij ook voorbij zien komen. De ziekenhuizen in de tijd van Mozart, de anatomie les van Rembrandt zijn nogal een verschil met de ziekenhuizen van nu.