Van oude energie in een modern jasje

Een mooie opmerking is, vroeger. Daar kan je dan ook alles aan ophangen. Het was beter, anders, mooier, slechter of hadden we toen maar geweten wat we nu wisten. Prachtige opmerkingen die eigenlijk geen hout snijden, ja dat deden we vroeger ook, maar een excuus vormen voor datgeen waarvoor we ons schijnbaar schamen. Soms heb je dat gewoon een vorm van plaatsvervangende schaamte. Nu vind ik het zelf mooi om terug te kijken en te zien hoe de dingen zijn verlopen.

Een van die dingen is ons energie verbruik en de huidige discussie hier over. De discussie helpt vaak niet omdat voor en tegenstanders elkaar uitmaken voor rotte vis of voor rechtse ballen en linkse kerkgangers. Ik ben opgegroeid in de tijd dat er kolenstof was maar ook dat er nog volop turf gestoken werd. Er was al wat olie stook dat als modern gold maar er werd ook gewoon gekookt op butagas. Olie voor de kachel zat in een vat en het gas zat in de bekende flessen. Ook maakte ik het koken op turf nog mee. Ik dacht eerst dat het fornuis ook een oven had maar dat bleek toch anders. Het was de stookplaats voor de turf.

Al dat gedoe met vuur had wel iets magisch. Iets van de oermens waar vuur toch wel macht was.
Nu hoefden we niet met twee stenen tegen elkaar te slaan of met een rond stokje hitte en vuur te maken maar toch een koude kolenkachel aankrijgen in de winter was wel een kunst. Soms vertel ik er wel over in de overdrachtelijke zin maar begrijp goed dat mensen niet weten waar je het over hebt.  Dan vertel je eigenlijk over het begin van de nieuwe vorm van huishouden. In het turf gestookte huis was ik gewend dat er alleen koud water was en dat de wc en riool via een septic tank gingen. Soms moest die open en jawel dat stonk. Maar ook de aanvoer van het turf achter op een fiets met groot plateau vond ik wel indrukwekkend.

Het was in Drente aan de Duitse grens dat dit plaats vonden een plek waar nu geprobeerd wordt het stuk oer natuur weer te herstellen. Schepen vol turf voeren voorbij, taferelen die op school verteld werden maar ook al bijna afgedaan werden als uit de vorige eeuw. Hoe modern was je dus als je een kolenkachel had of zelfs die olie kachel.  In de kolenkachel stopte je alles wat brandbaar was. Je maakte met kranten en gehakt hout het vuurtje aan en dan voegde je kolen toe, simpel gezegd. Was het te nat dan werd er een beetje petroleum bij gedaan om het te helpen, met alle gevaren van dien. Huizen, flats hadden allemaal wel een kolenhok en de kolenboer was echt een handelaar in energie. Sjouwers van het zwarte goud alhoewel zij die sjouwden kregen er vaak weinig voor betaald.

Alle type kolen die er waren, ze zorgden allemaal voor een ernstige luchtvervuiling. Het resultaat was dan ook een mist die voor alles een negatieve sfeer opleverde. Slecht ademhalen, slecht zicht maar ook vuile was als die buiten hing die nog eens niet droogde. Als je dat nu verteld vraagt iedereen waarom stopte je het niet in de wasdroger. Dan krijg je het vervolg van de uitleg van de type wasmachine, die kon je huren en wasdroger uit die wasmachine bestond uit twee rollen waar je de was mee droog perste, een wringer. Wie een moderne optie koos had de mogelijkheid om onder het bad, je had dan een nieuw huis, een motor te monteren waarin de wasbord gestopt werd.

Wasmachines waren langzaamwassers waarbij het verwarmen van water gebeurde door gekookt water optie gieten. Ja dat klokte je dan op het butagas gasstel, later kwam de losse  elektrische spiraal die je in het bad hing. En wie een centrifuge er bij liet plaatsen had extra luxe, geen wringer meer nodig. Of huurde een losse centrifuge. Maar dan nog als de was dan klaar was en het drogen nog moest plaats vinden dan moest je niet die mist hebben of het binnen hangen op een rekje rondom de kachel. Kortom dat moderne huis was dat wel in de term maar voor de rest was het zo ouderwets als het maar kon.

Bleekveldjes waren daar een luxe bij die er meestal niet waren. Wie geluk had had een klopvast met waslijnen. De klopvast was  voor de tapijten te kloppen, en dan maar hopen dat de buren dat niet gingen doen als jouw was buitenring. Was dat dan zo lang geleden? Niet echt. In 1970 zat iedereen wel aan het gas, dat een einde maakte aan het gesleep met kolen, het gedoe met houtjes en aanverwanten. Ook in de keuken werd gekookt op aardgas en de geiser. Net als bij de kolen en olie kachels was er nog een wereld van verschil in apparaten. Tal van soorten en maten en prijzen natuurlijk. Voor de discussie van nu is dat vergelijkbaar. Wie gaat dat betalen al dat vervangen van apparatuur om ons te voorzien van de stroom die we nu in luxe levend nodig hebben.

Uit het huishouden van de turf was het normaal om je voor te bereiden op de winter, opbrengsten van groente en fruit uit de eigen tuin te wekken bijvoorbeeld. Wintervoorraad aardappelen in te slaan. Gedroogd vlees in de vorm van hammen of worsten te hebben. Dat moest je allemaal wel kunnen betalen. Maar ook je voorraad aan turf die je voldoende te hebben, dat golft natuurlijk ook bij de kolen terwijl de oliestoker nooit meer voorraad kon hebben dan een vol vat.je moest dus degelijk rekening houden met je consumptie die soms niet aansloot bij de behoefte. Een koude winter betekende echt extra dekens op bed, bevroren ramen aan de binnenzijde en gewoon een ijskoud huis.

Dat vertel ik dan nu aan de een jongere generatie die mij aan zitten te kijken of ze ijs zien branden. Je krijgt tevens mooie vragen over wat je dan toch wel had kunnen doen. Toch begrijpen ze met een aantal voorbeelden wel wat je bedoeld maar begrijpen past niet bij de ervaring. Uit mijn ervaring ben ik natuurlijk blij met de luxe zoals we die nu hebben. Mijn huis stamt uit de periode van de kolenstook en zelfs een laagspanning elektriciteitsnet. Stroom op 220 volt was daar zelfs niet een vanzelfsprekendheid. Je krijgt dat niet uitgelegd zonder sprekende voorbeelden.

Ik besef me heel goed dat ik feitelijk door de eeuwen heen heb kunnen kijken met de veranderingen die ik hier voor heb beschreven. Dat vind ik ook een luxe , de geschiedenis in zijn verwording mee te maken en te begrijpen. De turf stekende en stokende mens die ondertussen een kleuren televisie in huis had waarop  ik de maanlanding zag. Een groter contrast kon je niet bedenken. Je moest het maar kunnen betalen, en dat is nu weer zo. We hebben in vijftig jaar ons het ongans gestookt, kilometersgevreten in eindeloze rijen auto's, een luchtvloot gecreëerd waarmee we van hier naar Tokyo en elders gevlogen zijn.

We praten net als de Thunderbirds van destijds draadloos met de hele wereld of een ruimtestation maar hebben te weinig opgelet in ons consumptie gedrag. Het is dus niet dat vroeger is alles beter of we wisten niet beter. We hebben het gewoon niet gedaan, handig om van je eigen geschiedenis te leren en kijken wat je nu slimmer kan doen. Handig is het dan om in verdien modellen te werken en gebruik te maken van alle hulpbronnen die we hebben. We kunnen meer met minder en minderen met steeds meer te consumeren.

Ik zie graag wat alles opgeleverd heeft en begrijp ook wat voor ellende daar uit is voortgevloeid. Ik kijk graag naar de positieve waarden en zie dan dat we nog veel winst , vooral in compassie, kunnen maken. Ondertussen gebruik ik graag de wasmachine, droger, de cv en geniet van de luxe die we nu als gemeengoed hebben maar die ik echt wel als luxe wil klasseren in vergelijking met de tijd ván de kolenstook.