Rotterdam bijvoorbeeld

Ik ben in Zwijndrecht geboren en vanuit mijn geboortehuis keken we op Rotterdam.
Niet lang weliswaar en voor mij nooit iets wat ik actief heb meegemaakt maar mijn ouders vertelden er over Omdat de Euromast een punt aan de horizon was, en is natuurlijk, lijkt mij dat anno geboortejaar toch wel iets bijzonders voor hun om te zien. Mijn vader kwam in Zwijndrecht wonen en trok in eerste instantie in bij een oud tante die in de Prins Hendrikstraat woonde. Je hebt tenslotte onderdak nodig als je op de fabriek werkt, zes dagen per week, en het liefst zelfstandig.

Mijn vader had bedongen dat hij een rijtjeshuis zou krijgen omdat hij anders niet van plan was zich permanent te vestigen. Hij was afkomstig van een boerderij en had een benedenwoning met de rest van mijn gezin. Die toezegging kreeg hij en zo kwam hij  met de rest van het gezin te wonen in een vers opgeleverde huurwoning  die 1.50 per week kostte met dat uitzicht op Rotterdam. Mijn oud tante was niet iemand die erg lang op één plek woonde en verkaste al snel naar Rotterdam. Haar man werkte in het Rotterdamse en dat maakte het makkelijker. Of dat het alleen was weet ik niet maar ik wist dat we familie in Rotterdam hadden. Ik was de enige van het gezin die in Zwijndrecht geboren was dus familie was al iets ingewikkelds. De oud tante wist ik in Zwijndrecht te vinden aangezien de prins Hendrikstraat richting gemeentehuis en kerk was.

Ik vond het wel jammer dat zij naar Rotterdam vertrok maar och zo vaak kwam ik er niet. Nu begreep ik dat het bezoeken in Rotterdam wat ingewikkeld was vanwege alle verbindingen. Mijn vader ging wel op bezoek met de brommer en dat gaf de mogelijkheid om daar ook te komen. Zij woonden op de Schulpweg in een dijkwoning. Ik vond alles best want het was tenslotte weer een nieuw gebied om te ontdekken. Mijn oud tante had ook een beo. Wat kon dat beest een takke herrie maken maar goed voor dat enkele uurtje had ik daar niet zo veel last. Het referentie punt van dat stukje Rotterdam was de molen die daar, weliswaar verplaatst, nog steeds staat.

Dat mijn tante niet zo goed aarde op de plekken waar zij woonde bleek wel want na al weer een tijdje vertrok zij naar een andere woning in het Rotterdamse. Hoe ze het voor mekaar kreeg met de woningnood van toen begreep ik niet maar het lukte haar. Ze ging wonen in Rotterdam zuid, vlakbij het Afrikaanderplein, en dat was aan te reizen per trein. We liepen dan wel een stuk maar dat was op zich wel leuk. Rotterdam was daar na de oorlog nog het oude Rotterdam. De markt op het afrikaanderplein was zeker zo bijzonder als die bij de blaak. Wat ik ook wel leuk vond was dat er op de hoek van de straat een militaire dump was waar ik graag neusde. Dumps waren in die periode toch echt plekken waar je oude militaria kocht. Ik kocht daar een geweldig camouflage net die nog op vele manieren gebruikt is op feesten en bij mij in de tuin om mee te spelen.

Dezelfde buurt was de plek waar veel pensions waren voor gastarbeiders zoals de term  destijds was. Veel onvrede heerste er onder een groep Rotterdammers die de teloorgang van huurwoningen voor de eigen Rotterdammer, de blanke Nederlander, met lede ogen aanschouwde. Lang bleef dat niet bij de lede ogen want al snel volgde duidelijke harde actie. Een paar deuren bij mijn tante vandaan was zo een pension waar een oploop van een actiegroep er voor zorgde dat de inhoud van het pension op straat belandde. De actie was natuurlijk flink in het nieuws en zorgde beslist voor ophef. Ik dacht eerst nog dat er zoiets als een Russische revolutie plaatsvond en dat ik die plek niet meer kon bezoeken. Niets anders was waar. De rust keerde snel weer maar de aandacht op dit soort panden van bekende huisjesmelkers bleef.het heeft denk ik wel dertig jaar geduurd voordat uiteindelijk een einde aan de misstanden is gekomen.

Ik bleef mijn tante bezoeken, logeerde er zelfs een keer in het naar slaapkamer omgebouwde schuurtje, en wandelde met de jachthond van mijn neef langs de Maashaven.  Zo leerde ik Rotterdam beter kennen. Zuidplein ontstond, de metro groeide maar de haven vond ik het leukste.
Mijn tante aarde toch al niet zo had ik beschreven dus jawel, ze trok weer verder. Ze belandde dit keer in de Aleidisstraat. Zo kwam ik in het centrum van Rotterdam terecht waar namen als middelandstraat, west kruiskade, nieuwe binnenweg voorbij kwamen. De reis per trein ging nu voorbij Rotterdam zuid en dat gaf weer een nieuw beeld van de stad. De oude huizen aan de Rosestraat stonden pal op het spoor. Je reed over de oude hef naar blaak wat van bovenaf een mooi beeld gaf van de stad richting centraal station.

Eigenlijk wel een leuk uitstapje. Ooit had ik wel Rotterdam bezocht als kind omdat mijn broer voor zijn oren behandeld moest worden maar daarvan had ik niet zoveel onthouden. Wel herinnerde ik mij het verhaal dat ik me als zeer jong kind voor een Perzische tapijten winkel stond te vergapen terwijl mijn moeder en broer doorliepen en om een hoekje stonden te gluren of ik in paniek raakte. Nee ik raakte niet in paniek want was daadwerkelijk geobsedeerd door al die mooie tapijten in die winkel op de Lijnbaan. Later puzzelde ik alle starten aan elkaar en begreep ongeveer wat waar was in Rotterdam. Door rechte lijnen te lopen wist ik mijn tante in de Aleidisstraat te vinden nadat ik dit een paar keer met mijn vader had gedaan.

Ik bleef mij toen al afvragen hoe tante het voor elkaar kreeg telkens weer een andere woning te vinden. Dit keer woonde zij heel hoog, drie hoog als derde familie, ipv begane grond zoals ik eerder van haar gewend was. Nu woonde op de twee andere verdiepingen technisch één familie. Dat kwam omdat opa en oma ook een verdieping hadden. Ingewikkeld was het wel maar één ding stond buiten kijf het was een oer Hollandse en zeker zeer Rotterdamse familie. Mijn neef die omging met de jeugdigen uit het gezin nam mij mee naar de kermis op pompenburg. Daar kwamen we de jonge garde van de familie ook tegen. Ik als vreemde eend in de bijt en op de kermis werd er wel gebeten. Gelukkig dat de jongelingen van de familie onder mijn oud tante er waren en mij identificeerden als "goed" dat scheelde een hoop gedoe, tot lappen aan toe.

Later werkte dat met mijn neef ook in de kroegen die we bezochten in het oude noorden na de kermis. Je moest schijnbaar wel gekend worden om als met een soort vrijbrief overal binnen te lopen. Gaandeweg begreep ik dat binnen de hiërarchie van de buurt die Rotterdamse familie iets was waar rekening mee gehouden moest worden. Ma de juiste introductie kon ik gaan en staan waar ik wilde, ik was geaccepteerd en dat scheelde. Het was best een leuke buurt en ook de eerste Free record shop was er te vinden. Dat scheelde toch wel veel geld. Éénentwintig gulden officieel kostte een LP maar daar had je er een paar voor bij de Free record shop. Het was best gezellig om naar mij. Tante te gaan. Zij draaide zelf op die plek nog 78 toeren platen, bijvoorbeeld de Selvera s de postkoets of twee ree bruine ogen. De oude 78 toeren pick up heb ik nog een paar keer verhandeld. Ik scharrelde zelf ook op kleine schaal wat af.

Juist al die connecties leidde tot tal van ontmoetingen met typische Rotterdammers waaronder een bekende travestiet, Janine Wegman, en dat was echt opvallend voor die tijd, die op haar orgel muziek zat te maken. Later werd ze nationaal bekend vanwege haar reclame voor de Nieuwe Revue. Dat vooral omdat ze dyslectisch was en steevast als gevraagd werd om op te lezen wat er stond ze dit omdraaide. Ze las dus ruwe nevue ipv Nieuwe Revue en zo kreeg het blad een geweldige reclame die in de bioscopen gedraaid werd. Toch werd dat stuk Rotterdam steeds gevaarlijker. Verkrachtingen, berovingen en steeds meer heroïne junks maakte het niet gezellig. En alsof de duvel er mee speelde ging tante weer verhuizen, nu naar Hoogvliet. De verhuizing was ongeveer de laatste keer dat ik haar bezocht heb. In Hoogvliet was het een keurige flat één hoog en eigenlijk hield ook de interesse op één of andere manier op.

Het kan ook wel zo zijn dat het mijn leeftijd was waarom het ophield het was niet meer gezellig en altijd dat gedoe wat er toch wel heerste was zo een breekpunt. Toch heeft zij wel bijgedragen aan het stuk familie gevoel ook al voelde het maar deels als familie, het was tenslotte een oud tante een zus van mijn moeders moeder. Later ben ik in Rotterdam gaan werken op de nieuwe binnenweg waar ik tapijten en Chinese meubelen, staande klokken en tal van luxe artikelen uit de Oriënt verkocht. De dwarsverbanden waar mijn tante woonde waren al veranderd, de junks waren al opgeschoven van kruiskade naar GJ de Jonghweg en heemraadsingel. De prostitutie schoof op van die plekken naar de Keileweg. De afwerkplekken waren een vreemd spektakel zoals de straat prostitutie dat ook was. De gradaties van het aanbod waren divers. Met de heroïne hoertjes nam het een echt gruwelijk straatbeeld.

Gelukkig werd er op ingezet om hier iets aan te doen maar rond de Keileweg heb ik er nooit aan kunnen wennen wat ik daar zag. Wie de echte heroïne junk niet kent zal zich daar ook been beeld van kunnen maken. Mijn werk op de Binneweg in dat gebied heeft mij harder en duidelijker gemaakt. Ooit liep ik onderweg naar het station en werd aangesproken door een junk op het Binnenwegplein, het was een vriendelijke jongen, die vroeg om een kwartje voor de tram. Je betaalde destijds rustig nog contact in het OV. Ik antwoordde hem dat als ik dat gehad had ik wel in de tram had gezeten. Hij vond dat wel een leuke opmerking. De ervaring met de bedelende junks is nu gelukkig niet meer zo. Het zijn nu een hele nieuwe groep bedelaars.

Als ik nu Rotterdam Centraal uitkom dan kijk ik wel eens rond met de bril van vroeger en zie een ander Rotterdam. Gezelliger, gemoedelijker. Ik kijk nog steeds naar Rotterdam als die trotse grootste havenstad die wereldwijd bekend is waar het niet lullen maar poetsen is. Ja het Rotterdam van Hand in hand, van Coen Moulijn en Eddy Pieters Graafland. Gek dat het nog zo voelt. Terwijl als ik er ben het gewoon een stad is als vele waar het Afrikaanderplein een echt multi cultureel gebied is met een moskee die ten tijde van de beschreven rellen er zeker niet paste, waar de graansilo een disco werd en de huizen aan de Rosestraat vervangen zijn door de paperclip en de hele kop van zuid een Goudkust is geworden. Waar vroeger Katendrecht de Rosse buurt was en de SS Rotterdam nog vertrok van Hotel New York is de groei en de verandering iets wat bij het niet lullen maar poetsen past.

Vroeger wilde je op zuid nog niet dood gevonden worden tegenwoordig woon je er op stand. Nu de opbouwwerker nog en Rotterdam is een ware metropool. In de muziek kennen we de groep Noodweer met hun LP Rotterdam Bijvoorbeeld,attenooi dat is lang gelee, en hebben we nu de KiK die als Rotterdams geluid, met Dave von Raven als frontman, die Rotterdam weer zijn eigen geluid geeft. Rotterdam de stad van Jules Deelder die als nachtburgemeester nu niet meer rondzwerft maar nog wel met zijn teksten is terug te vinden. De omgeving van de mens is de medemens.
Dat is ook mijn ervaring met Rotterdam bijvoorbeeld.

Janine Wegmanjpg