Ik zat te denken

Recent vierde een kleine groep mensen in Dordrecht de eerste vrije statenvergadering van 1572.
Op 19 juli is dat een feit en dan komt de laatste jaren een bonte verzameling mensen bijeen om dit toch wel bijzondere feit te herdenken.

Dat gebeurt altijd in 't Hof waar deze vergadering plaats gevonden heeft. Zelf ben ik meer een republikeiner en zeg altijd maar dat ik niet op de koning gestemd heb. Maar het feit dat in 1572 de positie van prins Willem van Oranje als stadhouder van Holland , Zeeland en Utrecht werd bevestigd is wat we herdenken en is goed binnen het stukje identiteitsbewustzijn. Honderd jaar later waren het de gebroeders de Witt die in de statenzaal vergaderden. Dordrecht en 't Hof neemt daarmee een bijzondere positie in in onze geschiedenis.

Zolang ik in Dordrecht kom is de plek van 't Hof er wel één die veel bij mij voorbij komt.
Als jong jongetje zag de stad er toch al bijzonder indrukwekkend uit en stonden er veel meer grote oude gebouwen overeind. Omdat de vervolg opleiding mij en mijn oudere gezinsleden naar de binnenstad ( was er iets anders dan?) bracht kwamen de details toch al meer tot leven. De Vriesestraat met zijn oude mannenpoort en het Sint Michiel er achter verstopt of het Oranjepark met het Titus Brandsma college waar ik belandde. De verbinding tussen die twee locaties deed mij toch veel meer in de stad belanden met zijn veertiende eeuwse panden en alle latere bouwsels.

Geschiedenis leefde in Dordrecht. Rond de kloostertuin, augustijnekamp, Hofstraat stond het één en ander te gebeuren. Rigoreuze nieuwbouw plannen deden al die geschiedenis verdwijnen. Nu werd mijn leven door andere gebeurtenissen in beslag genomen dan de sloopperikelen dus telkens als ik in de buurt van Bleijenhoek kwam tot en met de kolfstraat keek ik niet echt op van de veranderingen.

Naarmate mijn Ieren in wat rustiger vaarwater kwam ontdekte ik 't Hof, de kloostertuin en de pogingen om van het gebied wat te maken. De Statenschool zat en zit nog in de Hofstraat en de augustijenkerk die er al sinds dertienhonderd staat. De naam kloostertuin verwijst naar het klooster van de augustijner monniken die er woonden.

Dit stuk Dordrecht grenzend aan de Voorstraat  is dus al lang een bewoond gebied. Bij de laatste aanpak van het Statenplein werd er archeologisch onderzoek gedaan en vond men de oudste stenen huizen onder  het maaiveld. Allemaal daterend uit de tijd van de bouw van de kerk en de verdere ontwikkeling. Ondertussen waren de oude huizen die gered waren van de sloop al weer opgebouwd aan de rand van het Statenplein en aan de Hofstraat. Ik maakte mee dat de jeugdraad van Dordrecht in 't Hof introk en dat de kloostertuin opgeknapt werd.

Heuse schaaktafels werden neergezet waar wij laat in de avond lekker neerstreken. De statenzaal van 't Hof kwam in de verhuur en door mijn werkzaamheden in de alternatieve sector kwam ik daar ook terecht. Aris Duyvis, oud klasgenoot van Pauline van Baaren-Jansen, moeder van een vriend van mij organiseerde samen met zijn vrouw bijzondere avonden.

Aris had bij de gemeente Dordrecht op de personeelsafdeling gewerkt en had zodoende de juiste contacten. Later bleek dus dat hij en Pauline in Amsterdam op de basisschool hadden gezeten.
Omdat ik de avonden zelf opluisterde met tal van producten als wierook en mineralen bleef ik jaren lang in die statenzaal komen. Het gesprek ging vaak over de geschiedenis van de zaal en de plek op zich maar was destijds door geen enkele hotemetoot belangrijk genoeg om er aandacht aan te besteden.

Toch legde  mijn activiteit allerlei dwarsverbanden bloot zoals die van Aris en Pauline.
Gaandeweg bleek ik veel meer mensen te kennen die in dwarsverbanden in of rond 't Hof iets van doen hadden. Het was een plek die maar in restauratie bleef. De Bleijenhoek werd gebouwd maar ondertussen hadden er al tal van acties plaatsgevonden rondom leegstand en speculatie. 't Hof kreeg een nieuw doel en ik moest op zoek naar een nieuwe plek voor de avonden die we daar verzorgden.

Op een bepaald moment kwam ik er terug met mijn dochter , ik was ondertussen zelfs getrouwd geworden, en viel met mijn neus in de boter bij de kloostertuin. Er was een Parijse groep die een voorstelling zou geven in het kader van straat optredens met gebruik making van historische plekken en gebouwen. Wij gingen zitten, op de plek van de oude waterput, in afwachting wat kort daarna zou starten. Het was het verhaal van de magische toverfluit. Met muziek dans en gezang werd het hele optreden in gang gezet en wij als publiek mochten of moesten participeren.

Zelf werd ik als vrijwilliger aangewezen om centraal mee te doen in het stuk ook al zou dat later pas blijken. Als piccolo's , de groep en niet wij, verkleed reizen we al attributen dragend naar de berckepoort, waar men uit het raam tal van capriolen deed om door te gaan naar de aardappelmarkt waar het slotstuk plaatsvond. De inwijding als het thema van de magische fluit. Ik kreeg een zak over mijn hoofd en stond te midden van ondertussen een flink publiek de proeve te doorstaan.

Dat gelukte mij prima en heb er met min dochter enorm van genoten, mijn diploma was onder andere de CD maar vooral de eer van het gezelschap. Nu nog , en kom vaak op die plek van 't hof , geniet ik van de herinnering die ondertussen is aangevuld met de nieuwe ontwikkeling van het complex. Ik kom op de Statenschool en werk daar af en toe mee, ontmoette recent nog een oud directeur, de zoon van mijn vaders vriendin. Maar ken ook nog wel de zingende conciërge Leo die al sinds de jaren zeventig in de Dordtse muziekscene actief is. Ook de griffier waar ik vanuit het politieke spectrum mee te maken heb woont er en de kloostertuin is weer anders.

Geen schaaktafels maar aangrenzend de bioscoop in het oude pand waar het gymnasium stond. Als ik dan de film Michiel de Ruyter zie en de gebroeders de Witt voorbij zie komen dan voel ik me duidelijk verbonden met die plek van de Statenzaal waar ik afgelopen jaar met de kinderen van de Statenschool doorheen liep en het filmpje beken heb over Willem van Oranje die sinds kort in standbeeld verbeeld op de hoek van de Hofstraat staat als een Kuifje met zijn Bobby.

Nog steeds is het gebied in beweging. Het museum wat nu nog niet zo lang draait heeft steun nodig, de Berckepoort is in de aanbieding maar de stad Dordrecht blijft rondom dit punt vanuit de geschiedenis zijn aandacht vragen. Het wordt nu veel meer bezocht dan in de jonge jaren die ik er doorheen trok maar het heeft een echte plek in mijn hart, al was het maar vanwege de gebroeders de Witt, die ondertussen jaarlijks een officieuze herdenking moment hebben waar ik graag kom en uiteraard weer veel kennissen tegenkom van toen en nu.  Zo blijf ik denken, herdenken en gedenken en denk ik vooral aan alle leuke en bijzondere gebeurtenissen.