De watertoren of het kasteel van `s-Gravendeel

Ik las in de krant een artikel over de watertoren in ‘s-Gravendeel. Een icoon in het landschap van het dorp en echt een zichtpunt voor de wijde omgeving. Voor mij was het een blik van herkenning. De watertoren was in mijn leven gekomen als uitzendkracht. Nadat ik van de MTS verwijderd was vanwege mijn politiek activisme werd ik, na een bijzondere zware maand, uitzendkracht.

Ik kende het uitzendwerk vanuit de reclamewereld. Ik had attributen geleverd voor de advertentiecampagne van typ soos en partners. Nadat de posters gereed waren en in een flinke oplage gedrukt waren ging de boel op de fles. Een bijzondere gebeurtenis. Daarmee kon ik niet met trots mijn geleverde spullen voor de fotosessie laten zien die op manshoge posters door het land zouden gehangen worden.

Het uitzend fenomeen stond nog in de kinderschoenen en koppelbazen waren een bekender fenomeen. Toch lukte het redelijk vlot een baantje te vinden na het MTS debacle, waar ik toch wel actief was en prima cijfers had maar op ééń onderdeel zeer kwetsbaar. Ik was redacteur van de schoolkrant, PSPer op een christelijke school, klassenvertegenwoordiger en zoende ook nog met de vrouw van mijn klassenleraar. Je kan je af vragen of dat allemaal wel slim was.

Het resultaat was navenant, u mag niet verder. Als uitzendkracht werd ik nou niet direct vrolijk van de werkzaamheden en de opbrengsten. Totdat ik via Randstad uitzendbureau gevraagd werd om magazijnmeester te worden bij de Bronwaterleiding van ‘s-Gravendeel.

Gezien mijn opleiding zagen de mannen wel wat in mij en ze zaten met het probleem dat op maandag een nieuwe medewerker moest aantreden. Het salaris was prima, bijna de helft meer, alleen de reistijd was bijzonder. Een half uur op de fiets vanuit Zwijndrecht naar ‘s-Gravendeel over de brug en met de pont. Het was een flink stuk maar goed voor het moraal.

Op de maandagmorgen meldde ik mij na een flink stuk fietsen. De medewerker die ik ging vervangen was ook een uitzendkracht en moest mij inwerken binnen twee dagen. Of ik het werk aan kon was de vraag, nou dat was wel een uitdaging. Zeker in die periode waarin je handmatig alles moest verwerken met bonnen in drievoud en in een tempo wat er niet om loog.

Het waterleidingbedrijf lag bij de watertoren en mijn magazijn strekte zich uit over meerdere garages en het terrein rond de watertoren en waterkelder. Niet alleen verving ik de magazijnmeester, maar mijn voorganger had tussen de middag de gewoonte gehad om met de chef van de tekenkamer te schaken. De vraag was of ik ook kon schaken en dat wilde doen.

De chef had vroeger op het terrein gewoond boven de magazijns maar was door het overlijden van zijn vrouw daar vertrokken en woonde in Dordrecht. Net als hij moest ik ‘s-morgens met de pont naar de overkant. Het was dus iedere ochtend een race tegen de klok. Was ik op tijd en vertrok de pont niet te vroeg dan was ik op tijd op mijn werk waar iedere morgen drie fitters en hun personeel op mij zaten te wachten.

Zonder mij geen materiaal en tijd is geld, of deed iets met hun humeur en die van de chef. Soms had ik pech en als ik dan de chef naast zijn auto zag staan dan wist hij dat ik er aan kwam. Soms gebeurde ook wel het omgekeerde en dan stond ik zachtjes te grijnzen. De watertoren was het baken dat steeds dichterbij kwam.

Op de Wieldrechtse zeedijk kon ik die langzaam aan de horizon zien opduiken als een kasteel in de verte. Eigenlijk was het geen kasteel maar meer een toren zoals in het schaakspel, De kantelen ontbraken wel maar voor mijn gevoel had deze watertoren wel iets van een kasteeltoren verloren in het land als een opgeofferde of overgebleven schaakstuk.

Het werk lukte mij prima en ik dook langzaam in het werk en werkte tal van achterstallig werk weg. Ik kwam door het hele bedrijf en begreep goed wat mijn positie was. In de toren zat de receptioniste die de administratie ondersteunde en de technische dienst. Op de administratie stond nog een echte ouderwetse ponskaarten machine waar jaarlijks de acceptgiro s werden gemaakt.

Het was een echt ouderwets handmatig bedrijf. Ik moest dan ook watermeters uitlezen die met oude analoge telwerken waren ingericht, sommige exemplaren waren zo een honderd jaar oud. De eerste in hun soort. Het aflezen was beslist een secuur werkje want een simpele fout kon honderden kubieke meters meer gebruik betekenen.

Ik vulde mijn rustige uren dan ook met dat soort karweitjes. Tussen de middag was ik met de chef tekenkamer aan het schaken. Het was een soort gedwongen vrije keuze. Deed ik dat niet dan viel er tussen ons in de kantine een ongemakkelijke stilte. Wij waren de enigen die tussen de middag daar lunchten, de rest at thuis.

Gelukkig was het een relaxte afleiding. De chef was fanatiek en ik schaakte er gewoon gezellig op los. Juist dat maakte, ik deed wel mijn best, dat de partijen soms heel raar verliepen. Op een bepaald moment kwam ik op de tekenkamer en daar stonden drie man gebogen over het schaakbord de zetten te analyseren. Ik bleek onmogelijke zetten te hebben gedaan en zelfs grootmeester zetten te hebben doorbroken.

Plots begreep  ik waarom winnen soms zo moeilijk was. Ik heb iets minder vaak gewonnen dan hij maar heb altijd met tevredenheid teruggekeken op die periode.

De watertoren bleef bij mij een plekje in mijn hart houden. De Kiltunnel werd geopend en iedere ochtend zwoegde ik als een volwassen wielrenner tegen de helling op. De roltrap deed het niet en had mij op de dag van de opening een stuk van mijn voortand gekost op de dag dat Koningin Juliana de tunnel kwam openen. Ik was omhoog gelopen en van een tree afgegleden. Het stukje tand was niet het ergste. Het was een soort blijvend aandenken.


De chef reed in een Citroen net zoals de bussen van waarin de de fitters rondreden. Vele jaren later kwam ik een kennis tegen ( Ed van de waggelclub, 2cv) die in zo een bus reed omgebouwd tot kampeerwagen. Ik kon er destijds ook één overnemen maar was daar toen niet klaar voor. Ik vond het resultaat van Ed leuk om te zien. Vele jaren later scheurde ik na het behalen van mijn rijbewijs door Rotterdam met een verlengd model.

De watertoren en mijn verblijf in ‘s-Gravendeel kwam naar boven bij het zien dat deze te koop stond. Mijn fietstocht herinner ik me nog levendig, Fokker passerend waar ik ook zo mijn avonturen beleefde maar ook de overtocht over die onrustige of onstuimige rivier. De verschillen tussen al die dorpen waar het personeel vandaan kwam. Nu is het gemeente Hoekse Waard met nog steeds een toltunnel die onder de Kil doorgaat.

Kees Thies schreef er pas nog over in zijn column Ook toen moet ik weer aan de Bronwaterleiding denken en hoe ik er terecht gekomen was. Dat heb ik ook als ik door de Vriesestraat rij en de afslag neem langs de Trinitatis kapel richting Statenplein waar Randstad uitzendbureau zat. Soms loop ik Kees in die buurt tegen het lijf en praten we wel eens over die gekke tijd als PSPers en het nu waarin we leven. Als ik vijf ton had zou ik dan die toren kopen ? nee dan zou ik toch echt iets meer aan geld moeten hebben want het uitzicht is er mooi.

Image 2bjpeg