De verwondering is verrukkelijk

Veel momenten zijn er dat ik iets tegen kom waar ik uren over kan vertellen terwijl de aanleiding iets simpels is. Vroeger zeiden mensen tegen mij dat ik veel fantasie had later hadden ze liever dat ik mijn mond hield.

Als ik naar huis liep met vrienden en wel een uur onderweg was dan kon ik honderduit kletsen en niemand van de vrienden had er last van behalve dat er soms de opmerkingen waren zoals " kan je herhalen wat je net zei " , of woorden van bewondering over de diepgang van een verhaal.

Bij de vraag of ik kon herhalen wat ik zei was ik regelmatig uit mijn verhaallijn gehaald waardoor dat moeilijk ging. Ik kan noch niet zo maar herhalen wat ik zei waardoor die ander geprikkeld was? Ondertussen ben ik gewend geraakt aan de opmerkingen en ook meer in staat dat onderdeel terug  te halen wat de ander prikkelt en zelfs reden tot prikkeling te vinden.

Dat is wel handig maar soms ook dodelijk saai. Want eigenlijk wil ik gewoon door met mijn verhaal. Dit schrijven is daar de beste mogelijkheid toe. Vroeger is dan ook de uitdrukking die mij tot dit stuk bracht. Het was niet beter of slechter maar slechts het ongedefinieerd onderdeel van tijd. Laat ik duidelijker zijn.

Met grote regelmaat kom ik mijn buurjongen tegen zoals ik verhalender wijs aan tafel mijn dagelijkse beslommeringen vertel. Mijn buurjongen is niet van de dag van vandaag maar de man van dezelfde leeftijd als ik nu heb. Het was de buurjongen van vroeger. Eigenlijk is hij een kwartaal eerder geboren en woonden wij in de straat waar ik geboren ben.

Ik weet niet of hij daar geboren is. We hebben een gezamenlijke geschiedenis en hebben in onze straat bijna een kwart eeuw samengeleefd. Hij trouwde met mijn buurmeisje waarmee we opgroeiden. Ik woonde tussen hen in en in vergelijking nam mijn leven telkens een andere wending. Ik kan niet zeggen dat het bij mij huisje boompje beestje is alhoewel het huis, de boom en het beestje directe beelden oproept.

Als ik het leven een voorsorteervak zou moeten noemen dan leek het er op dat wij allemaal in een ander vak voorgesorteerd stonden. Alleen bleek wel bij de ontmoeting op één bepaald moment dat onze wegen toch samen kwamen. Heimelijk ontmoeten de twee elkaar met mij als tussenliggend element voordat duidelijk was dat zij elkaar gevonden hadden.

Ik voor mij vond het zowel storend als grappig dat zij een relatie hadden maar berustte in dat feit.
Ieder ging zo zijn eigen weg en af en toe kwamen we elkaar weer tegen. Je kan het toeval noemen dat je elkaar weer ontmoet of het lot maar ik voor mij ben dat wel gewend. Het neemt teveel aan ruimte in beslag om dat hier uit te gaan leggen maar als ik je ontmoet na vijftig jaar is dat voor mij een gewoon gegeven.

Zo kwam ik of eigenlijk omgekeerd ik ook weer mijn buurjongen, wij zijn volwassen mannen zoals ik net aangaf, weer tegen. Social media is daar een uitgelezen plek voor. Henk echter gebruikt niet zijn eigen naam dus zonder het te weten waren we weer bevriend. Terwijl ik mijn dagelijkse ronde weer maakte over straat kwam hij ook weer voorbij gereden en sprak mij aan.

Ik in mijn eeuwige tred op mijn fiets pedalen, pompend de brug omhoogzwoegend in de gewoonte niet van versnelling te wisselen, reed hij naast me op zijn elektrisch ondersteunde fiets. Een blik van herkenning was voldoende om te weten wie hij was. Net als in onze jeugd pakte het gesprek op maar dan uiteraard naar het moment van de dag.

Een korte ontmoeting die te duiden viel als de ontmoeting van mensen die van hun werk vandaan kwamen en elkaar in die dagelijkse tred gedag zeiden. Nu fiets ik met regelmaat door de regio en niet bepaalt op kantoor of fabrieksuren dus de ontmoeting was redelijk willekeurig. Toch was het wel leuk.

Terwijl ik rustig filosoferend, in een soort wedstrijd met mijzelf omhoog werk tegen de helling die aansluiting geeft op de brug, uit mijn gedachten wordt opgewekt kijk ik opzij. We gaan het gesprek aan, praatje pot, rijden een stukje samen op en verlaten elkaar weer. Mijn filosoferende hoofd draait ondertussen gewoon door en het praatje pot helpt.

Toch doet de ontmoeting mij ook wel goed want het brengt een andere gedachte op gang. Henk rijd plots op de gekste momenten voorbij en ook hij merkt dat wel op. De ontmoetingen lijden dan ook tot meer inhoud waardoor het contact wat schijnbaar nodig is die meer wordt, alsof je gezamenlijk op een veerboot stapt terwijl wij samen op ons eigen vehikel de voortgang organiseren.

Opnieuw brengt mij dat terug naar de voorsorteervakken waar ik kijk welke richting dat ons gebracht heeft. Juist de gedachten die ik onderweg als hard zwoegende fietser heb, dan moet ik ook maar van versnelling wisselen,  door veranderende inzichten zijn mooi. Geen vragen over vroeger, geen vervelende bijgedachten maar juist weer dat gevoel dat ik een tevreden mens ben komen boven.

Tevreden met niets en kunnen genieten van de dingen die hij verteld over zijn werk. Mijn leven is niet anders dan vroeger om die uitdrukking te gebruiken. Het leeftijdsverschil is evident maar mijn hoofd als denkruimte is niet veranderd. De denkruimte die zich als vanouds vult met verhalen die door de ervaringen zoveel mooier zijn geworden doen mijn deugd.

Logisch dat ik kan terugkijken en zie welke gebeurtenissen daarin hebben bijgedragen. Mooi blijft het dat het mij gelukt om telkens weer het leven te bezien door de vele facetten die ik weet te ontdekken. Het feit dat Henk voorbij komt draagt eigenlijk bij in de waarde van mijn geluk maar verandert er ook niets aan.

Ja het is eigenlijk mooi dat de warmte meer is geworden dan voorheen. Het confronteert mij op de punten waarin ik mag loslaten. Wauw doet het in mijn hoofd alsof er een herontdekking is van iets wat al ontdekt was. Een vergeten gedachte die uit het archief omhoog komt. Met regelmaat kijk ik via de beelden terug in de tijd en projecteer de toekomst zoals die kan zijn.

Ik herinner me hoe ik in de tijd dat wij als buurkinderen samen speelden en ons verschillend ontwikkelden ik naar de toekomst keek. Ja ik sta nu met zo een communicatie kastje over de wereld te beeldbellen.

Toch fiets ik nog steeds op dezelfde route pedaalduwend, dromend van de toekomst, mijzelf omhoog en kijk zo af en toe tevreden opzij en groet mijn buurjongen die al heel lang niet meer mijn buurjongen is. Ik denk aan het verhaal wat ik kan vertellen, ik moet het eens opschrijven,en denk het leven is verrukkelijk.



Imagecjpeg