De trap

Het voelde alsof ik van de trap was gevallen. Een trap zoals de brug van Zwijndrecht naar Dordrecht. Om te voorkomen dat je van de trap valt als je naar beneden gaat kon je ook rond rijden de afrit. Zo is het ook in het leven je kan soms dingen uit de weg gaan maar net zoals ik bij de trap wel meemaakte kan je er ook afvallen.

De trap bij de brug, zoals er vele zijn, kende diverse stijgingen en dalingen. Het verwonderde mij, zoals het leven mijn dagelijks verwonderd, dat er zulke verschillen waren in de stijgingspercentage  van de trappen. Het afdalen was daarentegen niet anders maar leverde een andere categorie van uitdaging op.

Wie de Tour de France kijkt ziet wielrenners met verbeten gezichten omhoog en omlaag gaan maar die kennen niet het principe van trap op trap af. De brug leverde mij wel vaak het gevoel van de Tour de France op. Het was een rijksweg waarnaast je fietste, flinke hoeveelheden uitlaatgassen inademend, diesel en benzine wagens snorrend over de snelweg die je kon proberen bij te houden.

Dat laatste was nogal een opgave omdat op de snelweg, zoals dat al aangeeft,  een weg  was waar honderd kilometer gereden mocht worden. De snelweg die parallel liep aan het spoor spoorde aan tot hard fietsen. Vooral de brug af , richting Zwijndrecht, zette aan tot hard rijden.
Daar zat dan één gevaar in dat aan het eind er een passering plaats vond met de afslag van de rijksweg of een scherpe bocht die veel leek op de haarspeldbochten uit de Tour de France.

Menig ongeluk heb ik daar zien gebeuren waar ik zelf van gevrijwaard ben gebleven maar waar ik in het bochtenwerk mening angstig moment heb doorstaan. In de file momenten van de auto s was het een lust om deze bij te houden en dan in de auto  te kijken of je op de kilometerteller kon zien hoe hard jij ging en hoe langzaam het verkeer voortkroop.

Bij de vijftig kilometer per uur, ooit mijn topsnelheid, was het een topervaring en meteen duizelingwekkend richting bocht. Ging ik het halen, zouden mijn remmen het niet begeven, had ik voldoende zijprofiel of moest ik mij opmaken voor een perfecte duik met koprol om mij veilig te stellen.

Zoals eerder beschreven lukte het mij altijd weer om net als de professionele wielrenner de bochten te beslechten. De doodsangsten leverden een boost aan adrenaline op die de beloning waren van het roekeloze deel om zonder enige doodsverwachting of doodsverlangen mij zo naar beneden te storten.

Gek als je dat vergelijkt met de trap af. De helling trap op in Zwijndrecht was al een verzoeking, een bijna loodrechte helling die steiler was dan de dijk op maar, beter was dan omhoog fietsen gezien die stijging een heuvel van een hoge categorie Tour de France heuvel. Veel mensen die in een file van aanéén gesloten trein van fietsen zich omhoogduwde om het hoogte verschil tussen dijk en het hoger gelegen brugdek te beslechten.

Om éénmaal boven hevig zuchtend een nieuwe proeffe van bekwaamheid aan te vangen op het nog stuk steile helling van de brug, met naast de benzine en dieseldampen ook nog eens de zure adembenemende gassen van de chemische fabriek te overwinnen. De luchtafsnijdende opgave van omhoogklimmen en het met ingehouden adem langs de fabriek rijden werd beloond met het fraaie uitzicht over de rivier.

Daarna kwam de nieuwe opgave en of uitdaging, de brug af. Het doel en bestemming bepaalde net als de tijd de keuze. Als je te laat gestart was dan was het element tijd bepalend bij de afdaling.

Ook hier gold dat de afdaling een ware opgave was in de spits naar werk en school. Fietsers en bromfietsers ijverden in snelheid om op het traject op de brug elkaar in te halen, om zo de benodigde meters eerder de fuik van de afdaling te halen die daarna alleen in de wedstrijd op de afrit voor fiets en bromfiets doorgezet werd zoals in de wedstrijden op fiets met een gemotoriseerde concurrent.

Wie bij de trap in de rij moest wachtte een andere krachtmeting. Naar het betere duw en trekwerk om de goot voor de fiets te bereiken werd het met enige doodsverachting opstellen als stoere gladiator . Met volle school tassen achterop als extra dood gewicht was het de kunst het stalen ros te beheersen zodat deze niet opspringend uit de fiets goot met hoge snelheid naar beneden zou storten.

In ganzenpas ging de file der fietsers, zich hevig verzettend tegen zwaartekracht, voorzichtig naar beneden. Daar waar  er extra ruimte ontstond en de snelheid van het ros conform de wetten van mechanica evenredig snelheid vermeerderde werd het gevaarlijk. Zou de begeleider van het stalen ros met extra gewicht de beheersing hebben om op de trap treden naar beneden tijdig te vinden, in een remmend vermogen om  voorgangers niet te torpederen.

Zelfs in ganzenpas was dat al de grootst mogelijk opgave om te zorgen dat anderen niet aangestoten werden om zodanig een domino effect te veroorzaken waarbij een trap vol afdalende mensen als een kluwen van fietsen tassen, benen en armen onderaan de trap zichzelf moesten oprapen waarbij de veroorzaker voor zijn haar leven moest vrezen voor de toorn der slachtoffers.

Scheldende dalers, die zich alpenbeklimmers waanden, uitten hun nodige ongenoegens over het uitblijven van vaardigheden door voorliggers die het enorme hoogteverschil niet aandurfden en midden in de daling van de helling bleven steken. Maar ook moedige reddingsacties van hen die in staat waren meerdere vallende ros begeleiders en fietsen op te vangen om zodoende de schade te beperken aan lijf en leden voor hen die naar beneden storten.

Vele scholieren zullen met doodsangsten bovenaan de helling hebben gestaan en een schietgebedje aanroepend de afdaling zijn gestart. En zij die het niet haalden krabbelden op of werden geholpen, opgeveegd van het midden terras om ruimte te maken voor de stroom van het doorgaand verkeer.

Wonden likkend met tranen in de ogen of zelfs hard huilend vervolgden zij hun weg in de dagelijkse stroom der dingen als wildebeesten in hun eeuwige trek over de rivier. Voor wie na een dergelijke ervaring niet meer op deze wijze de hoogte durfde te beslechtten was de uitdaging van de afrit daar was de duw en trek wedstrijd  een ander fenomeen.

Een waar peloton gevormd na de wedstrijd op de brug om als eerste de fuik te bereiken stortte zich in een mix van nog steeds demarrerende fietsers en bromfietsers naar beneden. Zonder al te veel inspánning door de dalende en ligt glooiende helling was het richting haakse bocht de kunst van het remmen, uitremmen of zelfs uitsturen waarbij inhalen in de bocht iets was voor de echte waaghals.

Voor wie dat niet goed deed kon dat slecht aflopen. In elkaar hakende sturen, slippende banden, schrikreacties die leidden tot de onvermijdelijke valpartijen leidde dan ook daar tot chaos. Het leven langs en op de rijksweg zat vol gevaren, van afleiding tot dodelijke momenten waarbij hulpdiensten in veel mindere mate dan nu beschikbaar waren.

Mening keer dat ik bovenaan de trap stopte en verzuchtend naar beneden keek, om dan maar vooral te bedenken dat de trap in Zwijndrecht naar beneden twee keer zo gevaarlijk was, en weer als anker de fiets tegenhoudend naar beneden daalde. Telkens als ik een cadans had gevonden om als een hinde met de fiets naast mij naar beneden te huppen voelde ik mij als een held dat ik weer het obstakel had overwonnen.

Daarna volgde dan nog de verkeerssituatie van niet gescheiden fietspaden en gemotoriseerd verkeer die vond dat de binnenbocht vooral van hun was of zelfs de hele weg. Als een ware acrobaat, wat na de trap gewoon was, vervolgde ik dan mijn weg. De trap voelde vaak als een hoge duikplank waar je naar beneden sprong in de hoop goed neer te komen.

Want wie van de hoogste duikplank  naar beneden dook moest zeker rekening houden met de hoek waarin je in het water kwam, net zoiets als de hoek van de trap af om je fiets tegen te houden, want anders was de klap iets alsof je op het beton neerstortte. Met die er ervaring werd ik wakker die dag dat het voelde alsof ik van de trap was gevallen, of plat met mijn lichaam op het water na een verkeerde duik van de vijf meter plank.

Het leven is hard, maar niet zo hard als de voorkant van de trein, roept mijn zoon mij gauw na. Ja die dag was dat zo. Ik herinner me opgestaan te zijn als na zo een crash om aan de kant van het leven even bij te komen van het niets waarin ik gevallen was. Je staat op en loopt door en niemand ziet dat je pijn hebt, dat je iets mist wat niet vervangen kan worden.

Raar? Nee het leven is als een fietswedstrijd. Ik besloot maar weer op mijn fiets te stappen, door het leven te gaan fietsen en de brug naar de volgende fase te nemen.



IMG_0101jpg

IMG_0099jpg