C’est ne pas temps perdu

Tja het is wat. Op de basisschool had ik Franse les, vrijwillig. Ik vond het best leuk ook al ging in het vervolg van mijn leven de lol van scholen er af. Met de Franse taal ben ik nog steeds blij. Bij het gebruik van de taal ben ik blijven steken bij het onderdeel van de scholen waar ik weinig lol had.

Nee dit is geen school vertaal ik vrij naar de schilderijen titel van Margritte.  Het is het verraad van de voorstelling  die hierin belangrijk is want dat is tevens de titel van het schilderij maar nee wij noemen het schilderij zo omdat de tekst er onder staat. Daar draait het juist om bij Margritte.

Daarin zit ook de vergelijking met mijn opmerking over school. De school die ik bezocht droeg ook de titel school, natuurlijk heb ik er meerdere bezocht, maar telkens was de voorstelling voor mij geen school. Je zou kunnen zeggen een schoolvoorbeeld van verraad, een perceptie zoals Margritte die neerzette. 

Daarin kan je je afvragen, of ik, was het dan wat ík verwachtte of wat had ik verwacht. Dat laatstleden weet ik wel en dat helpt. De verwachting wat te leren zoals de Franse taal dat was het beeld bij school. Leuk iets nieuws en uitdagends doen. Wat ik geleerd heb van het Frans was heel basic de taal begrijpen en dat vind ik nog leuk. 

De leerkracht die zich daarvoor inzette ontmoette ik op een andere school weer met een ander vak namelijk maatschappijleer. Voor die school en groep was dat een drama voor mij weer dat leuke deel, het uitdagende. Voor de leerkracht was volgens mij die school geen uitdaging en hij verdween dan ook vlot.

Toch zijn die ervaringen mooie voorbeelden voor mij hoe ik op school aan leren toe kwam. Dan vragen mensen , je hebt toch op schoolgelegen? Ja antwoord ik dan op het dak uitkijkend over de wereld, filosoferend bezig met mijn eigen verhaal. Daarin komt dan ook meteen de verwantschap naar boven met Proust. 

De schrijver waarvan ik later ontdekte dat hij ook van die onmogelijk lange zinnen maakte waar ik mij ook zo vaak op betrap. Zinnen met onmogelijke horden, tussenzinnen, accenten en verwijzingen tot ik er bijna niet uit kom. School was voor mij ook zoiets als de zoektocht naar een verloren tijd. 

Jaar in jaar uit kwam ik verplicht binnen en doorliep een schema, deed trucjes die totaal onzinnig waren en zeker niet bijdroegen aan de stimulans te leren. De verplichting tot kennis op te doen nam ik pas serieus nadat ik kort voor het moment kwam te staan van examen doen. De laatste drie maanden van een eindeloze serie jaren waarvan ik mij afvroeg wat ik daar aan het doen was. 

Slechts de momenten van wisselwerking met een enkele leerkracht, zij hadden de kracht mij te laten leren zonder mij op te leggen dat ik moest leren, waren gezellig of zelfs aangenaam. De rest van de tijd hield ik mij vooral bezig, filosoferend, met zaken van kennis opdoen buiten het aanbod van de vakken die aangeboden werden.

Verbazingwekkend simpel deed ik tal van kennis op waarop ik nooit bevraagd of beoordeelt werd. Richting examen besteedde ik kort aandacht aan de stof, de aangeboden kennis was als stof op een plank in mijn geheugen neergedaald, en kwam met mijn vaardigheden daar waar een diploma uitgereikt kon worden.

De waarde van het diploma was als het verraad van de voorstelling. Er stond diploma op maar was als een vrijbrief als verlaat de gevangenis zonder betalen. Daarmee kocht ik mij in richting volgende avontuur maar bevrijdde mij nog steeds niet van de foute perceptie. A la recherche du temps perdu van Proust, onmogelijk leesbaar in die tijd, paste overigens prima bij mij. 

Hoewel ik liever Belcampo  las omdat dat vele malen luchtiger en leuker was lukte het middels Monty Phyton de humor in te zien van dat werk. Daarin herken ik direct weer het surrealisme van Margritte passend bij mijn gefilosofeer. Op school denkend ik ben dus ik ga, hetgeen ik vaak zat deed. 

Vooral dat laatste jaar voor mijn examen Wawrinka’s met verve afwezig was en waar al jaren het spel was een zo hoog mogelijk verzuim cijfer te halen wat zo mooi onwerkelijk op het rapport stond vermeld. Wie heeft er nou een achtenveertig of iets dergelijks als cijfer. 

De totaal onrealistisch geschatte cijfers die voor ons afwezigen onderling vaak een bron van discussie was omdat wij vonden dat we de werkelijkheid van het cijfer moesten aanvechten, maar wat wat wij de administrateur van de school niet wilden aandoen. Tegelijkertijd wilden wij ook geen slapende honden wakker maken. 

In de discussie met leerkrachten en bij weigering gehoor te geven aan hun oproep, nee dwang om uren als strafzaak te compenseren, ging de discussie vrolijk verder met de onder directeur  die dan ook weer moest inbinden voor de betere argumenten. Ach het waren mooie discussies met niet onaardige mensen waardoor je welwillend bereid was een investering te doen in hun goedertierenheid.

Daarin merkten zij dan weer dat het loslaten leidde tot een betere verstandhouding die de balans tot afwezigheid vergrootte maar de rust in hun taakveld terugbracht. Als je dan gevangene bent van de tijd, dan ga je op zoek naar datgeen waar je op wacht. De stimulans te leren wat niet te leren valt maar wat inzicht heet. Je zit als het ware te wachten op wat niet komt. 

Het wachten op Godot van Samuel Beckett. Waarin school vergelijkbaar is. De verplichtte kennis en het verplichtte handelen naar de aanwijzingen van de regie. Mijn drang naar het surrealistische past daar niet in en dan de keuze uit het toneelstuk te stappen in de fantasie wereld zoals in de beschrijving van de boeken van Proust past mij beter.

Als een leerkracht dan doorvroeg en wat lees je dan was mijn antwoord steevast, literatuur meneer. De enige leerkracht die zich daarin berustte vroeg door naar wat ik las en gaf meteen als antwoord, doe je ding stoor de les niet en draag zorg voor een fatsoenlijk cijfer. De belofte die ik hem deed, accepterend dat ik zelf verantwoordelijk was, was dat ik een acht zou leveren op mijn eindlijst. 

Het verbaasde hem niet toen ik dat deed en de jaren later, misschien wel twintig, kwam ik hem als pianist weer tegen. Ons contact was als vanouds en de chemie hetzelfde. De piano past ook goed bij Proust die ook leefde in de tijd van Debussy en die daar door beïnvloed werd. Mijn enige vrouwenkind heeft haar tweede naam ook te danken aan een muziekstuk van Debussy Au Clair la Lune. 

Wederom komt het Franse aspect weer boven waarin ik met liefde terugdenk aan de temps perdu, de tijd die is voorbij gegaan. Het is geen verloren tijd maar zoals een Rolling Stones nummer mooi past, as time goes by. Ja surrealisme is een voedingsbron in mijn leven, een pracht van filosofisch kader anders dan Frederik Nietzsches stelling van allemaal poppenkast.

Proust werd beïnvloed door onder andere Edgar Allan Poe wiens verhalen ook zo heerlijke gruwelijke wendingen kunnen doormaken. Van poëtisch tot horror. School voelde zo ook aan. Mijn schoolverbanden kunnen zo ook die wendingen nemen die helemaal in dat kader passen. Toch is voor mij de perceptie van Margritte een schoolvoorbeeld van hoe ik graag mensen tegen dingen aan laat kijken. 

U ziet in het kader niet wat de tekst onder het beeld is. De perceptie van de verbeelding is niet altijd de werkelijkheid. Het is niet de waarheid wat hier staat maar wel het woord. Rien ne rien, Non je ne regrette rien. De Franse taal schiet in liedjes door In mij hoofd  nee ik vergeet het niet. Ook al ben ik Engelstalige georiënteerd.  

Met Jacques Brel zing ik en me quitte pas en luister nog even naar Les Miserables. Ik droom mijn droom met Susan Boyle in gedachten glimlach ik terwijl ik dit schrijf. Ik droom mijn droom zoals de aboriginals en denk in het Frans; et Seuls ceux qui en ont peuvent les voor se réaliser, alleen dromers kunnen hun droom uit laten komen.

Voor Susan Boyle was dat zo en ik, ik ben die voorbijganger die in de verbeelding de werkelijkheid ziet en de waarheid voor lief neemt omdat die uitgesproken een andere klank kent dan het geschreven woord dat anders klinkt door de perceptie van de lezer die een intonatie leest passend bij de eigen waarneming.

Quand on ma que l’amour zingt door in mijn hoofd wat Voorde vertaling en vertolking van Herman van veen klinkt als Ik hou van jou vele malen toegankelijker dan het Frans. Toch is het een feest in mijn hoofd omdat de muziek in mij hoofd zo past bij de tijd van mijn Franse les. Een gevoel van warmte van de verloren tijd die ik niet zoek omdat ik die nooit verloren ben. 

Het schatting mijn hoofd Ik hou van jou, het drama van de liefde, de emotie, de droom van de werkelijkheid van het zijn wat het niet is. Ik herinner mijn mijn dromen van school Marokko hoe ik mijn Frans beëindigde, maar ook de gewonnen prijs voor mijn opstel. Het is spreken over verloren liefde, schrijven over het grootte geluk, au clair la lune, c’est ne pas une lune, c’est le temps perdu.

5D87E6F8-9286-49FD-A9D3-14D5F3355595jpeg